<LOGE

De symbolen die vrijmetselaren hanteren zijn niet speciaal door of voor ons bedacht. Vaak zijn ze van veel oudere oorsprong, bijvoorbeeld de klassieke oudheid, de natuur, het oude Egypte, de christelijke en joodse geloofsgeschiedenis, de middeleeuwse gilden of de kathedraal bouwers. Zo komen bijvoorbeeld  de passer en de winkelhaak (de emblemen van de vrijmetselarij) al in de Egyptische piramides voor.

Vrijmetselaars maken bij de symbolen in de vrijmetselarij vaak onderscheid tussen bouwsymboliek en lichtsymboliek. Dit zijn families van onderling samenhangende symbolen.

Bouwsymboliek, enkele voorbeelden:

  • Beitel, hamer, koevoet, troffel, waterpas, schietlood, winkelhaak, passer enz.
  • Bijenkorf, tempel, werkplaats, bouwhut enz.
  • Gewelf, zuil of kolom, geblokte vloer enz.
  • Hoeksteen, ruwe steen, kubieke steen enz.

Lichtsymboliek, enkele voorbeelden:

  • Alziend oog, zon, maan, sterren enz.
  • Licht en donker, zoeken naar het licht, vensters enz.

Symboliek ontleend aan de natuur:

  • Graankorrel, korenschoof, zaaier enz.
  • Kosmos of heelal, cyclus van tijd en seizoenen, winter- en zomerzonnewende e.d.
  • De steen der wijzen (uit de alchemie).

In de loge gebruiken we een indirecte benadering van de symboliek. Het gaat over de gevoelswaarde en de beleving van de symbolen. De interpretatie komt in de tweede plaats. Die ontdek je zelf, samen met de leden van je loge.