Het ‘woord’ – verbasterd en verspreid

Categorieën Boekbespreking

Ross KING, De boekhandelaar van Florence – over de renaissance, de boekdrukkunst en de veranderende kracht van ideeën, Amsterdam, De BezigeBij, 2021. Sandra LANGEREIS, Erasmus, dwarsdenker – een biografie, Amsterdam, De BezigeBij, 2021 (Libris Geschiedenisprijs 2021). Twee geweldige boeken die elkaar aanvullen. Twee (levens)verhalen vanuit dezelfde inspiratie, van tijdgenoten, met vergelijkbare idealen, met veel invloed op de Europese cultuur. Maar toch ook elkaars contrapunt. Ik heb ze allebei ademloos gelezen; eerst Vespasiano uit Florence, daarna Desiderius uit Rotterdam. Waarom ben ik er zo door getroffen? Omdat zij beiden renaissance-taalvorsers waren die teksten niet nabazelden maar analyseerden. Bovendien zagen zij intellectuele en menselijke vorming niet als na-apen, maar als ontdekking van jezelf. Een van mijn idolen uit die humanisten-tijd (Montaigne, 1533-1592) had als motto: “Que sais-je?” [Wat weet ik nu eigenlijk?]

We schrijven eind 15de – begin 16de eeuw als de twee mannen leven. De scholastieke haarkloverijen worden geleidelijk bij het oud vuil gezet, de kerk wordt opgeschud, de renaissance komt tot leven, de humanisten gaan terug naar de bronnen van bijbelse- en wereldlijke kennis, gedrukte boeken verdringen handgeschreven, overgeleverde verbasteringen worden terug opgeklaard, de reformatie is niet ver weg meer. Het is de tijd van zelf kritisch denken en niet alles voor zoete koek slikken wat de kerk je voorkauwt. De tijd dat de kennis van de ouden via Constantinopel en de Arabische wereld weer doordringt tot de rest van Europa. Er broeit een culturele revolutie. De geesten worden rijp gemaakt voor verandering, waarbij taal het vervoermiddel is. Ik voel me verbonden met deze tijd.

Vespasiano da Bisticci (1421-1498) is een werelds man, boekhandelaar en vooral verzamelaar van oude manuscripten. Het verhaal volgt hoe hij deze opduikelt in klooster-bibliotheken (denk aan Umberto Eco De naam van de roos) en aangereikt krijgt van geleerden die Constantinopel ontvluchten nu de Turken naderen. Hij zorgt dat zijn rijke opdrachtgevers voorzien worden van nieuwe afschriften. Hij werkt voor hoge geestelijken en wereldlijke heersers – hoewel het verschil niet altijd duidelijk is. Hij vaart er wel bij. Bovenal zorgt hij dat de nieuwe afschriften het Grieks en Latijn van de originelen getrouw volgen. Door vergelijking van verschillende varianten reconstrueert hij de meest getrouwe versie. Teksten van oude filosofen, kerkvaders en bijbel. Hoewel de concurrentie van de drukpers hem in de nek hijgt, blijft hij zijn leven lang trouw aan het afgeschreven manuscript.

Desiderius Erasmus van Rotterdam (1466-1535) is een kerkdienaar en blijft zijn hele leven een arme kerkrat. Beroemd en gevierd door heel Europa, slaagt hij niet om een goed betalende baan te krijgen als geestelijke of wetenschapper. Erasmus geeft een enorme impuls aan de didactiek van het onderwijs. Hij kan grote humor verbinden met uiterst serieuze onderwerpen (denk aan zijn Lof der Zotheid). Hij kan heel subtiel grote namen voor schut zetten. Vooral is hij de man die de studie en beheersing van de oude talen opkrikt: de gemiddelde geleerde sprak alleen wat simpel (kerk)Latijn. Waar Vespasiono een atelier met allerlei medewerkers heeft, werkt Erasmus doorgaans solo, zij het dat hij een enorm geleerden-netwerk onderhoudt door heel Europa. We lezen veel van zijn brieven. Hij is alert op de marketing van zijn imago – destijds onbekende begrippen. Hij maakt een nieuwe vertaling van het nieuwe testament en van teksten van Augustinus en Hiëronymus. Hij gooit dwalingen eruit die op basis van zijn tekstvergelijking en kennis van de bronnen niet “origineel” kunnen zijn. Zelfs uitspraken van oude concilies over het canonieke geloof moeten het bij hem ontgelden. Hij opereert op (en vaak over) het randje en heeft zo nu en dan ook gedoe met roomse scherpslijpers die hem graag voor de inquisitierechtbank zouden brengen. Maar hij ontspringt de dans vanwege hoge protectie, tot in het Vaticaan.

Waar Vespasiono in zijn boekenvak een conservatief is, die de inhoudelijke en taalkundige ontwikkelingen volgt, is Erasmus de dwarsdenker die dergelijke ontwikkelingen op gang brengt en de geesten rijp maakt voor verandering. De eerste werkt voor een kleine elite en houdt de boekdrukkunst ver van zijn bed. Erasmus ziet in dat gedrukte boeken hèt middel zijn om ideeën breed te verspreiden onder een breed lezerspubliek. Dubbele paradox: Vespasiano, een succesvol zakenman in een krimpende markt en Erasmus, de arme sloeber wiens boeken enorm goed verkopen. Beide titels laten goed zien hoe zij te werk gingen, met veel (soms wat erg veel) oog voor detail over methoden en technieken.

Ze hebben uiteraard in het geheel niets met vrijmetselarij te maken. Voor mij zijn het wel inspiratiebronnen om ook binnen de loge en daarbuiten zorgvuldig te zijn met taal(ontwikkeling) in dagelijks gebruik en in rituele context. En om kritisch te blijven denken over mezelf, de relatie met de ander en de grote wereld. Om hokjesgeest, gedweeheid en vooroordelen te doorbreken. En het zijn twee spannende levensverhalen rondom “het woord” als vehikel en gebruiksartikel en niet als onwrikbare waarheid. 

Volgens mij onverminderd relevant in deze martiale tijd van nieuws, propaganda en nepnieuws, van verdoezelende nieuwspraak en onderdrukte meningen, inclusief digitale inquisitie-platforms. Sta kritisch tegenover je bronnen.

Multimedia bijdragen van broeder Thijs Laeven, juni 2022

Geef een reactie